Naam: Renée van Pamelen-Hollenberg
Geboortedatum: 25-05-1961
Rang: Kapitein ter Zee van de technische dienst
Marine
Diensttijd: 1979 - 2018
Locaties: Den Helder, Den Haag, Utrecht, Gouda
El Fasher (Darfur, Sudan), Juba (Zuid-Sudan),
Brunssum
Missies: UNAMID (Darfur, Sudan)
Onderscheidingen: Herinneringsmedaille VN-Missies
Onderscheidingsteken voor langdurige
dienst als officier (35 jaar) (Jeneverkruis)
Vierdaagse kruis
UNAMID-medaille
Op 3 september 1979 begon de carrière van Renée bij de Koninklijke Marine. In die tijd hadden vrouwen slechts administratieve functies bij de marine. De opleiding duurde in die tijd 15 maanden. “Je tekende voor 4 jaar na je opleiding. Je mocht er alleen eerder uit, als je zwanger was.” zegt ze. “In mijn opleiding zaten 10 meiden, waarvan er uiteindelijk maar 3 tot hun pensioen bij de marine gewerkt hebben. Je kon toen ook niet kiezen om te gaan varen. Later mochten vrouwen wel meevaren op het bevoorradingsschip de Hr.Ms. Zuiderkruis.”
Renée koos ervoor om bij de verbindingsdienst aan de slag te gaan. Na een periode van twee jaar ging ze aan de automatisering van wapen commandosystemen werken. De automatisering kwam ook in de krijgsmacht steeds meer op gang en ze stapte in 1990 over naar de bestuurlijke informatievoorziening. Uiteindelijk werd zij verantwoordelijk voor de generieke kantoorautomatisering in de krijgsmacht.
Toen Renée en haar man 25 jaar getrouwd waren, gingen zij en de kinderen op vakantie naar Zuid-Afrika. Daar voelde ze er wel wat voor om in het buitenland te gaan werken. Dus bij terugkomst zei ze tegen haar collega's: “Als je iets in Afrika weet? Denk dan aan mij.” Inderdaad; enige tijd later kwam er een functie vrij in Darfur. Renée: “Ik heb het uitgebreid besproken met mijn gezin. Op 1 juni 2010 ging ik op pad. Het zou een uitzending voor 6 maanden zijn en vloog met de KLM naar Khartoem. Ik vond het wel heel spannend om als blonde vrouw in uniform in een oorlogsgebied in Afrika te werken.”
Zij werd opgehaald door een Nederlandse Sergeant-Majoor, die al op die missie in Sudan werkzaam was. Er waren in die tijd drie VN-missies in Sudan. Eén voor Darfur, één in het zuiden van Sudan en de derde op de grens tussen noord en zuid. Renée werd vanuit Khartoem geplaatst in El Fasher in Darfur bij de missie UNAMID. Er waren daar al veel militairen, vooral uit Afrika actief. Het doel van de militairen was om VN-organisaties zoals de WHO, WFP en UNICEF te beschermen en de strijdende partijen uit elkaar te houden. Dat laatste was bijna onbegonnen werk.
Er waren in die tijd twee VN kampen in El Fasher. Renée woonde in de een en pendelde dagelijks naar de ander voor haar werk. In de hoek van de slaap compound van Renée stond een aantal containers. “We leefden daar in totaal met een zestiental Europeanen, die een vorm van commune vormden,” zegt Renée. “We kookten en aten gezamenlijk en letten een beetje op elkaar. Het eten kochten we op de lokale markt of hadden we van thuis meegenomen.”
Over haar werk geeft Renée aan: “Ik werkte op de afdeling Plannen, die de planning van de VN-bases in Darfur plande. Omdat ik verstaanbaar Engels sprak, moest ik de commandant informeren in de dagelijkse briefing. Ook had ik dagelijks vertegenwoordigers van de verschillende organisaties aan tafel. Daar deelden we alle binnenkomende (militaire) informatie met elkaar. We deden ons best om meer samenhang in de operatie te krijgen. Als blanke vrouw viel ik wel op. Er waren er niet veel. In december ging ik weer naar huis. Helaas is er geen VN-missie meer in dit door oorlog verscheurde land.”
Na deze uitzending ging ze in Utrecht aan de slag. Na een referendum in Zuid-Sudan werd dit land onafhankelijk en er kwam een functie vrij in de ambassade in Juba, de hoofdstad. Ze werd gevraagd om daar militair attaché te worden. De planning was: zes weken op de ambassade in het Afrikaanse land werken en dan twee weken vrij in Nederland. Deze uitzending zou twee jaar gaan duren; haar man vond het prima. Maar de kinderen, inmiddels puber geworden, waren er niet zo blij mee dat hun moeder zo lang wegging.
Zij ging wel naar één van de armste landen van Afrika en zat in het begin van haar uitzending in de hoofdstad in een hotelkamer. Later werd dat een eigen appartement. Daarbij moet je niet denken aan Europese standaarden. Het water in het appartement kwam bijvoorbeeld uit de Nijl. Het werd aangevoerd met vrachtwagentjes.
Het werk was heel anders dan tijdens de eerste missie. Ze werkte nu op de ambassade; een stacaravan in een Europese compound. In haar directe omgeving waren 25-tal Nederlanders werkzaam in de missie UNMISS, waaronder diverse marechaussees en politieagenten, die de lokale politie opleidden.
Na twee jaar werd Renée afgelost door een collega van de marechaussee. Helaas brak er kort daarna een burgeroorlog uit, waarin krijgsheren van verschillende stammen het met elkaar ‘aan de stok’ kregen. Terug in Nederland werd Renée aangesteld als politiek adviseur bij de NAVO in Brunssum.
Hoewel ze weer terug was in Nederland was in Zuid-Limburg ieder vertrek vanuit huis een beetje spannend. In Afrika keek ze altijd eerst links en rechts, voordat ze echt de straat op ging. Die gewoonte hield ze in het begin in Brunssum ook aan, terwijl het eigenlijk helemaal niet nodig was. Tot op de dag, dat er vlak bij haar appartement een schietpartij plaatsvond! Het was een afrekening in het criminele circuit. De oorlog in Afrika was daardoor voor Renée direct weer even heel dichtbij. In gedachten was ze gelijk weer in het onveilige Zuid-Sudan.
Later werd ze de directeur van een NAVO-advies bureau, dat in Utrecht gevestigd is. Daardoor moest ze ook veel reizen en vliegen naar verschillende plekken in de wereld. Helaas moest zij deze functie neerleggen. Zij kreeg steeds meer last van osteoporose, daarom moest zij drie maanden voor haar pensioen stoppen met werken.
Maar Renée kan na haar pensionering niet stilzitten en is penningmeester van het Karel Doorman fonds, die actief is voor marinemensen in nood. Zij steunen met dit fonds ook onderzoek naar PTSS. Verder is zij penningmeester van de Osteoporose Vereniging en is zij toegetreden tot de Raad van Toezicht van de Stichting Welzijn Ouderen in Spijkenisse. Daarnaast is ze actief in de parochie van de Felicitaskerk en organiseert ze mede de jaarlijkse fancy fair. “Dat houdt me allemaal maar van de straat,” zegt ze laconiek.