Naam: Leo van der Wal
Geboortedatum: 30-08-1955Rang: Kapitein
Koninklijke marechaussee
Lichting: 73.4
Laatste eenheid: Brigade Buitenland Missies
Locaties: Brielle, Den Haag, Rotterdam, Rotterdam Airport en Nieuw- Millingen
Missies: Bosnië (UNIPTF en EUPM) 2 keer
Afghanistan (ISAF) 3 keer
Onderscheidingen NL: Herinneringsmedaille
Inhuldigingsmedaille kroning Beatrix
Nederlandse Sport Federatie (3x)
Koninklijke landmacht en Koninklijke Marechausse
VN: (Bosnië)
EU: (Bosnië)
NAVO: (Afghanistan)
Op zoek naar de Waarheid
Werd het levensmotto van Leo van der Wal. Hij heeft in totaal 38 ½ jaar bij de Koninklijke marechaussee gediend. Hij moest op zijn 56ste met pensioen, hoewel hij in eerste instantie nog wilde nadienen. “Ik wilde wel bijtekenen, maar generaal Peter van Uhm gaf mij aan dat ook hijzelf door de bezuinigingen bij Defensie niet kon bijtekenen.” Beiden waren van hetzelfde ‘bouwjaar’.
Leo begon zijn carrière bij de Koninklijke marechaussee. Zoals het bij deze organisatie gewoon is, wisselde hij om de paar jaar van werkzaamheden. Ook wisselde hij daardoor van standplaats in Nederland. Gedurende deze werkzaamheden klom hij in rang op tot kapitein.
Op een gegeven moment kwam het verzoek om naar Bosnië te gaan. Leo daarover: “Ik werd verplicht om op uitzending te gaan. Mijn taak was het monitoren van de lokale politie en recherche. Eigenlijk moesten wij onze collega-onderzoekers in Bosnië opleiden en bijstaan. In werkelijkheid hadden we meer moeite met onze VN-collega’s uit verre delen van de wereld, waar de cultuur en manier van werken nu eenmaal totaal anders is.”
Deze missie van de Verenigde Naties zou een half jaar gaan duren maar werd door omstandigheden eerder gestopt. “Later zou ik terugkeren onder de vlag van de Europese Unie. Deze missie duurde een jaar. Ik richtte samen met twee Britse politiemensen het ‘War Crime Centre’ op. We zijn met enkele Bosnische mensen begonnen en zijn uiteindelijk met 72 man/vrouw geeindigd, zowel Servische, Kroatische als moslimpolitiemensen.
Na het beëindigen van deze missie ging Leo terug naar zijn brigade.
Na enige tijd werd hij weer gevraagd om op missie te gaan. Ditmaal naar Afghanistan, waar hij commandant van een detachement van de Koninklijke Marechaussee werd. Hij werd in Uruzgan (Kamp Holland) en Kandahar Airfield gestationeerd.
Daar deed hij als opsporingsambtenaar/rechercheur veel onderzoeken naar incidenten, waarbij Nederlandse militairen betrokken waren. Niet alleen onderzoeken naar aanslagen met bermbommen, maar ook onderzocht hij incidenten met het onjuiste gebruik van vuurwapens en gebruik van geweld door de Nederlandse militairen. Dit deed hij altijd in samenwerking met het Openbaar Ministerie in Arnhem.
Een jaar later werd hij gevraagd om voor een tweede keer naar Afghanistan te gaan. Leo moest weer regelmatig strafrechtelijke onderzoeken doen, die hij zonder aanziens des persoons uitvoerde. Een generaal of majoor kan ook fouten maken en dat moet door een onafhankelijke officier onderzocht worden, ook al was hij lager in rang.
De derde missie in Afghanistan was eigenlijk een afbouwmissie. De politiek had besloten, dat de Nederlandse militairen moesten vertrekken. De militaire taken werden overgedragen aan de Australiërs en Amerikanen. Er liepen nog wel strafrechtelijke onderzoeken, die nog niet afgerond waren. Alles moest echter wel afgesloten worden en alle Nederlanders gingen na afronding van de onderzoeken naar huis. Leo meldde zich bij zijn brigade en heeft tot zijn pensioen bij de Koninklijke marechaussee gewerkt.
Na zijn pensionering heeft hij twee jaar de tijd genomen om twee verschillende boeken over zijn werkzaamheden te schrijven. ‘Op zoek naar de waarheid’ gaat over zijn ervaringen bij het Nationaal Opsporingsteam Joegoslavische Oorlogsmisdrijven.
Zijn tweede boek: ‘Blauwe ogen in Afghaans zand’ gaat over zijn drie uitzendingen als commandant van een detachement van de Koninklijke Marechaussee. Daar heeft hij veel strafrechtelijke onderzoeken moeten leiden. Dit boek bestaat uit vier hoofdstukken. De eerste drie over zijn drie uitzendingen en hoofdstuk vier is geschreven door zijn vrouw over de ervaringen van het thuisfront tijdens zo’n missie.
Na het schrijven van de twee boeken vond Leo werk bij een particulier bedrijf, die opleidingen verzorgde voor aankomende boa’s. Het opleidingstraject werd later door de politieacademie overgenomen. Nu is hij surveillant bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Daar houdt hij de goede gang van zaken tijdens de tentamens en examens in de gaten. Met: “Zolang ik nog op de motor naar Rotterdam kan rijden, blijf ik dat doen,” besluit Leo van der Wal zijn verhaal.
Leo begon zijn carrière bij de Koninklijke marechaussee. Zoals het bij deze organisatie gewoon is, wisselde hij om de paar jaar van werkzaamheden. Ook wisselde hij daardoor van standplaats in Nederland. Gedurende deze werkzaamheden klom hij in rang op tot kapitein.
Op een gegeven moment kwam het verzoek om naar Bosnië te gaan. Leo daarover: “Ik werd verplicht om op uitzending te gaan. Mijn taak was het monitoren van de lokale politie en recherche. Eigenlijk moesten wij onze collega-onderzoekers in Bosnië opleiden en bijstaan. In werkelijkheid hadden we meer moeite met onze VN-collega’s uit verre delen van de wereld, waar de cultuur en manier van werken nu eenmaal totaal anders is.”
Deze missie van de Verenigde Naties zou een half jaar gaan duren maar werd door omstandigheden eerder gestopt. “Later zou ik terugkeren onder de vlag van de Europese Unie. Deze missie duurde een jaar. Ik richtte samen met twee Britse politiemensen het ‘War Crime Centre’ op. We zijn met enkele Bosnische mensen begonnen en zijn uiteindelijk met 72 man/vrouw geeindigd, zowel Servische, Kroatische als moslimpolitiemensen.
Na het beëindigen van deze missie ging Leo terug naar zijn brigade.
Na enige tijd werd hij weer gevraagd om op missie te gaan. Ditmaal naar Afghanistan, waar hij commandant van een detachement van de Koninklijke Marechaussee werd. Hij werd in Uruzgan (Kamp Holland) en Kandahar Airfield gestationeerd.
Daar deed hij als opsporingsambtenaar/rechercheur veel onderzoeken naar incidenten, waarbij Nederlandse militairen betrokken waren. Niet alleen onderzoeken naar aanslagen met bermbommen, maar ook onderzocht hij incidenten met het onjuiste gebruik van vuurwapens en gebruik van geweld door de Nederlandse militairen. Dit deed hij altijd in samenwerking met het Openbaar Ministerie in Arnhem.
Een jaar later werd hij gevraagd om voor een tweede keer naar Afghanistan te gaan. Leo moest weer regelmatig strafrechtelijke onderzoeken doen, die hij zonder aanziens des persoons uitvoerde. Een generaal of majoor kan ook fouten maken en dat moet door een onafhankelijke officier onderzocht worden, ook al was hij lager in rang.
De derde missie in Afghanistan was eigenlijk een afbouwmissie. De politiek had besloten, dat de Nederlandse militairen moesten vertrekken. De militaire taken werden overgedragen aan de Australiërs en Amerikanen. Er liepen nog wel strafrechtelijke onderzoeken, die nog niet afgerond waren. Alles moest echter wel afgesloten worden en alle Nederlanders gingen na afronding van de onderzoeken naar huis. Leo meldde zich bij zijn brigade en heeft tot zijn pensioen bij de Koninklijke marechaussee gewerkt.
Na zijn pensionering heeft hij twee jaar de tijd genomen om twee verschillende boeken over zijn werkzaamheden te schrijven. ‘Op zoek naar de waarheid’ gaat over zijn ervaringen bij het Nationaal Opsporingsteam Joegoslavische Oorlogsmisdrijven.
Zijn tweede boek: ‘Blauwe ogen in Afghaans zand’ gaat over zijn drie uitzendingen als commandant van een detachement van de Koninklijke Marechaussee. Daar heeft hij veel strafrechtelijke onderzoeken moeten leiden. Dit boek bestaat uit vier hoofdstukken. De eerste drie over zijn drie uitzendingen en hoofdstuk vier is geschreven door zijn vrouw over de ervaringen van het thuisfront tijdens zo’n missie.
Na het schrijven van de twee boeken vond Leo werk bij een particulier bedrijf, die opleidingen verzorgde voor aankomende boa’s. Het opleidingstraject werd later door de politieacademie overgenomen. Nu is hij surveillant bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Daar houdt hij de goede gang van zaken tijdens de tentamens en examens in de gaten. Met: “Zolang ik nog op de motor naar Rotterdam kan rijden, blijf ik dat doen,” besluit Leo van der Wal zijn verhaal.