Naam: Peter Jansen
Geboortedatum: 19-02-1968
Bel: Korporaal 1 e klasse
Landmacht
Diensttijd: Dienstplichtig 87-4. Beroeps tot 09-1993
Eenheid: 13 e Painfbat GFP I
11 e Painfbat GG
Locaties: Schalkhaar en Arnhem
Missie: UNPROFOR, 1 NL/BE UN Transportbataljon A/Cie Busovaca Bosnië (rotatie 1C)  
Onderscheidingen: Herinneringsmedailles UN en NL, Prins Maurits medaille,
Draaginsigne MOD – Draaginsigne Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers.
 
Peter Jansen kreeg na de opleiding op de middelbare school, eerst een uitstel van een jaar, maar in 1987 werd hij opgeroepen en kwam op in Schalkhaar. Daar maakte hij kennis het woord fuselier! “Maar ik wist niet eens wat een fusielier was!” Zegt hij met een glimlach. “Ik kwam dus terecht bij het Garderegiment Prinses Irene en werd, zoals de bijnaam was: een zandhaas, oftewel infanterist.”

Hij kwam op bij de Charlie Compagnie en werd na enige tijd bevorderd tot Korporaal. “Dat was een paar maanden best wel afzien, zeker een veertiendaagse training 'pantserstorm' hakte er aardig in,” herinnert Peter zich. De diensttijd opende wel de deur om beroepsmilitair te worden. Hij tekende een contract als Technisch Specialist en ging naar Roermond, voor zijn verdere opleiding. Daar werd hij chauffeur van een YPR, een rupsvoertuig, waarmee hij de compagnies commandant van de Garde Grenadiers ging rijden.

In die tijd was het ook al duidelijk dat de krijgsmacht met dienstplichtigen in transitie ging naar een beroepsleger. “Inmiddels was ik gelegerd in de Saksen Weimar kazerne in Arnhem”, zegt Peter. “In die kazerne was het motto: 'Eens een Grenadier? Altijd een Grenadier!' Die kazerne is nu een leuk woonwijkje geworden.”

Er kwam een ​​aanvraag om naar Bosnië te gaan en Peter werd toegevoegd aan het eerste transportbataljon, dat richting het oorlogsgebied in het uiteenvallende Joegoslavië zou gaan. Dat was ook de eerste samenwerking tussen het Nederlandse en Belgische leger, tijdens een missie in het buitenland. Peter: "Ik kende het gebied goed, omdat ik daar een paar keer op vakantie was geweest. Daar hadden we al wel een beetje opgemerkt, dat het niet de goede kant op zou gaan. Dus heb ik me opgeworpen om te gaan."

Op 2 november kwam het personeel op het vliegveld van Split en het materieel per schip. Het tijdelijke onderkomen was een hotel, dat in zijn geheel door de Verenigde Naties in gebruik werd genomen. Omdat de Nederlanders en Belgen eigenlijk de eerste lichting waren die in het oorlogsgebied waren aangekomen, waren ze ook kwartiermakers en bouwden verderop in Bosnië hun eerste tentenkamp op. In de loop der tijd kwamen er prefab onderkomens voor in de plaats. "Wij waren daar gestationeerd, omdat er een vredesakkoord zou zijn. Maar dat was er eigenlijk helemaal niet!" zegt Peter heel duidelijk. “Daardoor hadden wij ook de eerste ervaringen in een echt oorlogsgebied!”
UNPROFOR was een vredesmissie die opgericht was om hulpgoederen met, niet bewapende, 10-tons vrachtwagens, naar alle getroffen bevolkingsgroepen in Bosnië-Herzegovina te brengen. Maar het was gewoon oorlog, dus later gingen gewapende militairen de transporten gaan begeleiden. Die Engelse soldaten, de Warriors, waren in feite veel te licht bewapend, om de effectief de aanvallen van diverse zwaarbewapende strijdgroepen af ​​te slaan.

Al bij één van de eerste transporten maakte Peter kennis met een zeer ingrijpend incident. Vanuit zijn vrachtwagen zag hij, dat langs de kant van de weg een, in militaire kleding aangestoken persoon, een burger ter plekke executeerde. "Er zijn in een oorlog nu eenmaal andere regels en je zag die sporen steeds duidelijker om je heen. Wij kwamen zelfs zo af en toe in de vuurlinie van de Serviërs terecht en zijn meerdere keren beschoten." Peter merkt op: "Ik kan wel zeggen, dat ik regelmatig een engeltje op mijn schouders had. Onze, inmiddels versterkte, compound lag op meer dan 20 kilometer van het front. Maar op een slechte dag in januari 1993 ging 's nachts het luchtalarm af. Even later sloegen de mortiergranaten in. Ik heb er meer dan 40 geteld. Voor mij was het toen wel duidelijk, dat deze vredesmissie feitelijk zou moeten stoppen."
In januari 1993 vervoerden wij brandhout naar de stad Sarajevo, omdat het er regelmatig -20 graden was. Bij een wegversperring van de Serviërs moesten wij altijd stoppen. Het kwam dan ook regelmatig voor, dat wij iets van onze lading moesten afstaan.”

Met veel ingrijpende ervaringen rijker, ging Peter in mei '93 terug naar Nederland. Er was inmiddels een vorm van nazorg aanwezig, maar die was in die tijd nog verre van optimaal. In 1996 kwam er wel een nazorgpakket beschikbaar. Peter merkte ook, dat zijn omgeving moeite had om met zijn ervaringen te gaan.

In september 1993 verliet Peter de landmacht en omdat hij al zijn rijbewijzen had, werd hij vrachtwagen chauffeur. in 1998 startte hij bij Shell Pernis en zijn carrière in de Rotterdamse haven is daarmee begonnen. Hij werkte vele jaren bij diverse bedrijven en uiteindelijk bij een vestiging van de ECT op de Maasvlakte.

Jarenlang dacht ik: "Ik heb nergens last van! Tot 29 jaar later er een ingrijpende gebeurtenis plaatsvond. Ik had dus wel degelijk PTSS en wel in een complexe vorm." In de jaren daarna heeft hij vele behandelingen ondergaan en gesprekken gevoerd. Hij is, zoals hij het nu zelf noemt: uitbehandeld. Er resten nog wel wat experimentele vormen van behandeling, maar daar is hij een beetje huiverig voor.

Hij en zijn vrouw overwegen nu, om misschien te emigreren. Ergens op de wereld, waar het leven een stuk rustiger is.

Scroll to Top