Naam: Joop Herrewijn
Geboortedatum: 18-08-1960
Rang: Soldaat
Landmacht: lichting 81.6
Eenheid: 43e en 44e Painfbat
Locaties: Assen
Missies: Libanon
Onderscheidingen: Missie/Veteranen speld /Nobelprijs Vrede
Toen Joop voor militaire dienstplicht in Assen opkwam, werd het hem al snel duidelijk: je wordt verplicht om op vredesmissie naar Libanon te gaan. “Als je dat echt niet wilde, dan werd je overgeplaatst naar een ander onderdeel,” zegt Joop. “Mij leek het avontuur wel wat en zeker de $ 1.000, - per maand die ik extra zou verdienen. Mijn toenmalige vriendinnetje zag het niet zitten. Zij wilde liever niet, dat ik ging. Ze was erg voorzichtig.”
Hij werd weer vrijgezel en ging op zijn 21e naar het Midden-Oosten. Joop over zijn leeftijd: “Ik was later opgekomen, omdat ik nog met mijn studie bezig was. Ik tekende voor de missie en op 26 mei 1982 ben ik naar Libanon gegaan en op 17 november van dat jaar kwam ik weer terug.”
De blauwhelmen landden op het vliegveld van Beiroet en werden naar hun post in de omgeving van het plaatsje Yatar gebracht. “Daar vlogen na anderhalve week al de nodige granaten over ons hoofd,” herinnert Joop zich. “Onze dagelijkse opdracht was eigenlijk heel eenvoudig; wij moesten voorkomen dat allerlei leden van de diverse bevolkingsgroepen van Noord naar Zuid gingen of juist van Zuid naar Noord! Wij moesten simpelweg de verschillende bevolkingsgroepen (moslims, christenen en Israëlisch) uit elkaar zien te houden.
Dat laatste is het Nederlandse detachement op een gegeven moment niet echt gelukt. Op 4 juni 1982 viel het Israëlische leger het gebied binnen. Via de kustweg en een andere route via het oosten, namen zij bezit van een gedeelte van Zuid-Libanon. Joop: “Daardoor hadden wij eigenlijk geen mandaat meer en was de vraag: wat moeten we nu doen? We kregen eigenlijk minder taken toebedeeld en gingen de bevolking helpen bij de wederopbouw. Na een paar maanden trokken de Israëli’s zich weer terug.”
De commandopost was aan de rand van het dorp boven op een heuvel, daardoor was er goed overzicht op een dal, een weg en alle bewegingen in de directe omgeving. Iets verderop waren nog een aantal versterkingen ingericht, waar soldaten 24 uur per dag de wacht hielden.
Joop Herrewijn: “Mijn taak was ook duidelijk: ik moest patrouilles in de omgeving lopen, waarnemen en wachtlopen. Wij woonden in diverse prefab gebouwen.” Het kader had in een bestaand gebouw, in de directe omgeving, slaapplaatsen gevonden. Zoals veel gebouwen in de regio was het niet af. Ook hier en daar stak het betonijzer nog uit de muren en daken.
Bij de commandopost waren ook diverse winkeltjes, waar de manschappen op eenvoudige wijze aan drank en sigaretten konden komen. Het was voor de lokale bevolking een prima bron van inkomsten.
De opvang na deze Vredesmissie was in die tijd vanuit Defensie marginaal. Pas halverwege de jaren ‘90 kwam dit schoorvoetend op gang, vooral na het zeer geruchtmakende incident in Srebrenica. Joop had het geluk dat hij na zijn diensttijd heel goed met zijn vader praten over de gebeurtenissen, die hij in Zuid-Libanon had meegemaakt. Zijn vader had in de Tweede Wereldoorlog ook van alles meegemaakt. Daarover kon en wilde zijn vader graag praten. Het was dus een speciaal soort nazorg, die hij en zijn vader aan elkaar konden geven.
Na zijn afzwaaien is Joop enige tijd zonder werk geweest tot hij in 1984 bij Justitie ging werken. Hij heeft vele, heel diverse functies in het gevangeniswezen vervult. Na zijn pensionering zit Joop absoluut niet stil. Hij heeft een enorme collectie postzegels, waarmee hij zich bijna dagelijks bezighoud.