Naam: Aloys Bijl
Geboortedatum: 29-06-1960
Rang: Veteraan
Landmacht: Lichting 78.5
Eenheid: 43 + 44 Painfbat
Locaties: Assen en Zuidlaren
Missie: Libanon
Onderscheidingen: Missie/Veteranen speld / Nobelprijs Vrede

"Je gaat als Jongen, je komt terug als man."

De missie waar Aloys Bijl geen keuze in had – en die zijn leven voorgoed veranderde

Op het strand van Zuid-Libanon scheppen jonge Nederlandse dienstplichtigen zand in jutezakken. De zon brandt, het werk is zwaar – en dan klinkt ineens het eerste schot. De mannen duiken weg, het zand stuift op. Het is het moment waarop voor Aloys Bijl (18) duidelijk wordt: dit is geen oefening meer, dit is oorlog. “Mijn eenheid nam een positie van het Franse leger over en die hadden aan hun onderkomen niet veel aandacht besteed,” vertelt hij. “Er waren slechts een paar uitgewoonde tenten en dat was het. Wij moesten naar het strand om zelf zandzakken te vullen, zodat we onze posities beter konden beveiligen. Maar tijdens dat vullen werden we al beschoten!” Het is het begin van een half jaar dat hem zal vormen voor de rest van zijn leven.

Tijdens zijn militaire dienstplicht wordt Aloys, samen met andere jongens van het 43e Pantserinfanteriebataljon uit Assen, uitgezonden naar Zuid-Libanon. Ze worden toegevoegd aan het 44e bataljon in Zuidlaren en na een korte, beperkte opleiding op transport gezet naar een ingewikkeld en explosief gebied vol strijdende partijen. De groep van Aloys krijgt een positie aan een belangrijke doorgaande weg, die vanaf de kust het binnenland in loopt. Boven die weg, op een heuvel bij het dorpje Shama, ligt de ruïne van een oud kasteel.

“Langs de weg maakten we een post en op het kasteel werd een uitkijkpost ingericht,” vertelt hij. “We brachten daar de nodige versterkingen aan. Door die hoge heuvel werd onze positie een strategisch punt langs de hoofdweg.” Het is officieel geen wegversperring, maar de Nederlanders controleren alles wat passeert. Meerdere gewapende groepen zijn in de omgeving actief, elk met hun eigen doelen. De spanning is voortdurend voelbaar.

De compagnie krijgt een commandant die zijn sporen verdiend heeft als commando. Hij laat er geen twijfel over bestaan welke houding hij van zijn mannen verwacht: zichtbaar, alert en resoluut. “Als er verdachte voertuigen werden gezien, ging iedereen direct in stelling,” zegt Aloys. Wapens worden hoorbaar, één voor één, doorgeladen en half gericht op de passerende voertuigen – midden in de nacht, in de hitte van de dag, het maakt niet uit. De boodschap is duidelijk: wij zijn hier, en we slapen nooit helemaal.

Voor de poort staat permanent een YP-408 pantservoertuig, bewapend met een .50-mitrailleur. De dienstplichtigen zijn jong, maar ze weten dat dit geen spelletje is. De dreiging is constant, de vermoeidheid ook. Langzaam verbetert de uitrusting. De afgetrapte Franse tenten worden vervangen door boogtenten, er komt een kunststof sanitair unit. Eén keer per week mogen de manschappen douchen. Het eten komt uit een lokale gaarkeuken. “Samen hebben we van deze positie wel iets gemaakt,” zegt Aloys. “Maar voordat het zover was, belandde de eerste lichting Nederlanders volledig onvoorbereid in een echte oorlogssituatie.”

“Dan gaat het volwassen worden heel snel,” blikt hij terug. “Je gaat er als 18-jarige jongen naartoe en zes maanden later kom je als man weer terug.” Al bij aankomst in Beiroet klinken schoten in de omgeving. Daarna volgen maanden waarin de eenheid regelmatig wordt beschoten of bedreigd. Soms gebeurt er uren niets, dan opeens is er stress, chaos, adrenaline. De spanning kruipt in je lijf en gaat er niet meer uit.

Voor hij in dienst ging, had Aloys al “dik verkering”, zoals hij het zelf noemt. Maar de jongen die vertrok, is niet dezelfde als de man die terugkomt. De ervaringen in Libanon hebben hem veranderd. De relatie houdt die verandering niet. Zijn vriendin kan moeilijk omgaan met wat hij heeft meegemaakt – en met wat hij niet onder woorden kan brengen. De verkering gaat uit. Pas jaren later, in 2007, kruisen hun paden opnieuw via internet. Deze keer lukt het wel. De afstand van toen is overbrugbaar; inmiddels zijn ze alweer jaren getrouwd.

Na zijn terugkeer uit Libanon gaat het leven ogenschijnlijk gewoon verder. Werk, relaties, dagelijkse beslommeringen – alsof de oorlog is opgeborgen in een doos ergens achter in zijn geheugen. “Jarenlang dacht ik dat ik geen last had van PTSS,” vertelt hij. “Dat hoorde bij het verleden, dacht ik.” Totdat het in 2017 misgaat. Hij verliest in korte tijd de grip op zichzelf en zijn omgeving. Herinneringen, emoties en onverwerkt trauma komen tegelijk naar boven. Het kost tijd, goede hulp en veel inzet om langzaam weer een nieuwe balans te vinden. Maar het lukt. En uit die worsteling ontstaat iets nieuws: een duidelijke missie voor de toekomst.

Vandaag de dag is Aloys een bekend en actief gezicht in de veteranenwereld – en ver daarbuiten. Hij geeft regelmatig gastlessen op basisscholen en middelbare scholen in zijn regio. In die lessen vertelt hij over oorlog, vrede, vrijheid, pesten, kameraadschap, en over wat het betekent om militair en veteraan te zijn. “Mijn drijfveer is heel eenvoudig,” zegt hij. “In 1944 kwamen veel jonge mannen van een ander continent, zonder te weten waarin ze terecht zouden komen. Velen hebben hun leven gegeven voor onze vrijheid. Die mannen wil ik graag eren, en vooral uitdragen dat vrijheid niet zomaar komt. Er moet echt wat voor gedaan worden.”

In zijn lessen draait het steeds om één centrale vraag: wat is een militair eigenlijk? Vanuit die vraag trekt hij lijnen van het verleden naar het heden: van de bevrijders uit 1944 naar de Nederlandse militairen in Libanon, Afghanistan of Mali, en naar de kinderen in de klas. “En natuurlijk,” vult hij aan, “is er nog een vraag: wat is een veteraan?” Het gesprek dat dan volgt, gaat allang niet meer alleen over leger en oorlog. Het gaat over keuzes, loyaliteit, verantwoordelijkheid, en over wat mensen voor elkaar overhebben.

De jongen die ooit tegen zijn zin werd uitgezonden naar een onbekend oorlogsgebied, is nu een man die er bewust voor kiest om zijn verhaal te delen. Niet om medelijden te krijgen, maar om duidelijk te maken dat vrijheid kwetsbaar is.
Aloys Bijl had destijds misschien geen keuze. Maar wat hij nu met zijn ervaringen doet, is wél een keuze: vertellen, uitleggen, verbinden. Aan kinderen, aan jongeren, aan iedereen die het wil horen. Want, zo benadrukt hij in elke klas opnieuw: “Vrijheid is geen gegeven. Iemand heeft er ooit een prijs voor betaald. En wij zijn samen verantwoordelijk om die vrijheid te bewaren.”

Scroll to Top