Naam: Aad van Kwawegen
Geboortedatum: 13-04-1941
Rang: Schrijver 1e klasse
Marine
Diensttijd: 1957 -1963
Locaties: Hilversum
Leiden (Sociaal Medische Dienst)
Hellevoetsluis (Mijnendienst)
Nieuw-Guinea: Biak
Vliegkamp Valkenburg
Hellevoetsluis (Mijnendienst)
Missie: Nieuw-Guinea
Onderscheidingen: Herinneringsmedaille

 
Aad van Kwawegen groeide op in Hellevoetsluis, nadat hij de HBS in Brielle had afgerond, wilde hij eigenlijk maar één ding: dat was varen! Zijn vader vond het alleen best, als hij bij de marine ging.

Dus begon hij zijn opleiding in Hilversum. Daar werd hij Schrijver, in eerste instantie: Schrijver 3e klasse en na een jaar opleiding werd hij Schrijver 1e klasse. Hij ging werken op een kantoor van de Marine in Leiden. Samen met een sergeant of een korporaal deden zij de administratie. In Leiden leerde hij ook op een dansavond zijn vrouw kennen. Het was al snel dik aan en ze waren ook al snel verloofd. Aad werd overgeplaatst naar Hellevoetsluis, waar hij op het kantoor van de daar gelegerde mijnenvegers ging werken.

In december 1959 ging hij, heel luxe, met een KLM-vliegtuig over de noordpool naar Biak in Nieuw-Guinea. Hij ging daar op de grote marinebasis werken. Op de salarisadministratie hoefde hij alleen een apart onderdeel van de salarissen te bewerken. Dit deed hij buiten de rest van de afdeling. Hij werd daarna overgeplaatst en werd Tally klerk, dus moest hij de lading van de binnenkomende schepen controleren. Die voerden alles aan wat de militairen, tijdens hun acties in Nieuw-Guinea, nodig hadden.

Eén keer per maand kwam er een vrachtschip uit Rotterdam en één keer per maand één uit Amsterdam. Die schepen weden dan ook de ‘Holland boot’ genoemd. Het lossen werd gedaan door de inlanders en daardoor raakten sommigen, voor het eerst, in aanraking met alcohol. Als er een doos of er een fles kapotging, wilden ze best eens proberen, hoe dat smaakte. Alle goederen en ook munitie werden in barakken opgeslagen. “Daar heeft ook mijn verloofde meer dan 1,5 jaar op mijn bureau gestaan,” zegt Aad trots. “Trouwens nog iets aardigs: Ik heb jaren bij de marine gewerkt, maar ik heb nooit op een schip gevaren!”

Tijdens zijn verblijf in Biak heeft hij samen een paar maten een mondharmonica trio opgericht. Dit naar voorbeeld van de Drie Jacksons uit Rotterdam. Destijds een heel beroemd trio. Aad: “Wij waren niet zo goed als zij, maar we traden daar regelmatig bij cabaretavonden op.”

Na terugkomst in Nederland ging Aad werken op het vliegkamp Valkenburg. Op maandagochtend reisde hij er naartoe, werkte er en sliep in een barak om op vrijdag weer naar Hellevoetsluis te gaan. Op Valkenburg deed hij de salarisadministratie van de vliegeniers. Dat deden wij met zijn tweeën, omdat het nogal ingewikkeld was. Op de kamer ernaast werd de administratie van de rest van de bemanning bijgehouden.

Na enige tijd werd Aad overgeplaatst naar Hellevoetsluis, waar hij weer bij de administratie van de mijnenvegers ging werken. In 1963 werd het voor hem: ‘einde dienst’. Het had een simpele reden: er zat op dat moment geen bevordering voor hem in. Dus is hij bij de marine gestopt. Helaas bleek een paar jaar later, dat er wel degelijk mogelijkheden voor Aad zouden zijn geweest.

Dus is Aad de burgermaatschappij ingegaan. Hij begon aan de benodigde opleidingen en werd boekhouder bij een transportbedrijf. Later volgden andere bedrijven; zoals Verolme en Bell Line. Daar was hij de chef boekhouding. Ook heeft hij nog een aantal jaren bij de RDM gewerkt, waar hij de boekhouding van de ingenieurs afdeling bijhield.

Inmiddels woonde het gezin in Capelle aan den IJssel, omdat zijn toenmalige werkgever, een bedrijf in Dordrecht, het belangrijk vond, dat hij wat dichter bij zijn werk moest wonen dat werd dus Capelle aan den IJssel.

Met zijn 60e jaar ging Aad met pensioen. Hij en zijn vrouw keken om naar een andere woning, die konden zij op dat moment niet vinden in Hellevoetsluis, maar wel in Spijkenisse. Waar hij tot op heden nog steeds woont.


 

Scroll to Top