Naam: Arie van Hengel
Geboortedatum: 12-03-1939
Rang: Soldaat 1 e klasse
Landmacht
Lichting: 58-4
Eenheid: 7 afdeling Luwa
Locatie: Ossendrecht
Missie: Nieuw-Guinea
Onderscheidingen: Herinneringsmedaille, draag insigne
 
Arie van Hengel ging direct na de lagere school in Rhoon aan het werk. "Ja, ik was 14 jaar toen ik van school ging. Op dinsdag was mijn laatste schooldag en op woensdag ging ik aan de slag bij een tuinder in de buurt. Daar heb ik jaren gewerkt en allerlei werkzaamheden uitgevoerd die bij een gemengd, agrarisch bedrijf in het jaar voorkomen.

Na een paar jaar kwam de oproep voor militaire dienst en in de lichting 58.4 moest hij op 6 augustus in Ossendrecht opkomen. Daar kreeg Arie de basisopleiding. Hij werd daarna overgeplaatst naar Oirschot, waar hij werd opgeleid als radiotelefonist. “Het was daar wel een los leventje,” herinnert Arie zich.

Al snel na zijn opleiding moest Arie naar Nieuw-Guinea. Het bericht kwam voor Arie als een verrassing, want een meerdere vroeg aan hem: “Heb je een paspoort? Nee, die had ik helemaal niet. Dus ik moest op stel en sprong naar Rhoon om met spoed een paspoort aan te vragen. Een maand later vlogen hij en zijn collega's met een chartervlucht van de KLM in een beroemd vliegtuig, de 'Super Constellation', naar Biak. Daar was een grote marinebasis, waar zowel marinepersoneel als mariniers gelegerd waren. Bij de marinebasis was ook een vliegveld, waar de toestellen van de KLM een tussenlanding konden maken. Om daarna verder te vliegen naar Australië.

Hij is gedurende de hele missie op de basis werkzaam gebleven. Daar moest hij dagelijks zo goed en kwaad als het kon, radiocontact houden met de hele wereld. “De communicatie in Nieuw-Guinea zelf was vaak veel moeizamer, dan met radiostations ver weg”, zegt Arie. “Ons radiostation werkte op accu's en we moesten regelmatig op de fiets stappen om de accu's weer op te laden of als de stroom weer eens uitgevallen was.”

Het radiostation was alleen tussen 7 uur 's morgens en 12 uur 's middags actief. Dan waren de radiotelefonisten druk met het maken van verbindingen en het doorgeven van berichten. De meeste berichten werden niet in code verzonden; hoewel er zo af en toe wel speciale mededelingen tussen waren. De temperaturen waren in de middag te hoog om te zenden en te ontvangen. Er moest ook rekening worden gehouden met het tijdsverschil. Naast het zenden en ontvangen van de gesproken berichten, moest Arie ook zeer regelmatig op en rond de basis wachtlopen.

"Wat ik wel opvallend vond, was de strikte scheiding tussen het marinepersoneel en de mariniers. Tussen hun onderkomens was er een duidelijke leegte", zegt Arie. "Het kwam ook wel eens voor, dat er knokpartijen waren tussen de twee onderdelen van de marine. Dan stonden wij van de landmacht letterlijk aan de zijkant."

De radiotelegrafisten hadden dagelijks hun werktenue aan, al was dat wel aangepast aan de tropen, dus de kleur was niet in legergroen maar kaki. Zijn peloton was feitelijk ook kwartiermaker op de basis. Zij waren de eerste verlichting, die vrijwillig naar Biak ging. Arie over zijn missie: "Maar eigenlijk moet ik wel eerlijk
toegeven, dat deze missie voor mij als een soort van vakantie aanvoelde. Nadat we zijn afgelost, vlogen we met een gewoon passagiersvliegtuig weer terug naar Nederland. Plunjebaal mee en in een bus van het leger werden we naar huis gebracht. Toevallig was ik de laatste die in Rhoon uitstapte."

Er was in die tijd geen enkele nazorg. De medaille kregen de Nieuw-Guinea gangers pas veel later bij een reünie. Een poosje later moest hij zijn plunjebaal in de kazerne inleveren en op 7 februari 1960 zwaaide Arie af: “Ik kon weer op dezelfde boerderij aan de slag, waar ik tot mijn 26 e jaar bleef werken."

Toen begon de carrière van Arie in de Rotterdamse haven. Hij begon als sjouwer van stukgoederen in en uit de vrachtschepen, die ergens in het Rotterdamse havengebied waren aangemeerd. Het was in die tijd heel normaal, dat de balen zo'n 70 kilo wogen. Die werden op de schouder over allerlei constructies gejouwd. Toen kwamen de containers en begon Arie bij Unit Centre op pier 6 en 7 bij de Heyplaat. Hij werd kraanmachinist op verschillende containerkranen, die in de loop van de tijd ook steeds hoger werden. Arie kon in 1994 op 55-jarige leeftijd met pensioen en daar heeft hij tot op de dag van vandaag geen enkele spijt van
.


 

Scroll to Top