Naam: Marcel van der Graaf
Geboortedatum: 21-12-1970
Rang: Marinier 1 alg. kv
Marine
Diensttijd: 1992 t/m 2002
Eenheid: 13e morpel
         Transport
Locaties: Rotterdam, Doorn
          Vliegkamp Valkenburg, Curaçao
                Schotland (bergtraining)
Missies: Cambodja III (1992-1993)
Onderscheidingen: Herinneringsmedaille, UNtac
 
Na zijn middelbare schoolopleiding, kwam Marcel op als dienstplichtig Marinier. Hij kreeg zijn basisopleidingen en twee jaar later tekende hij als beroeps bij het Korps Mariniers. Uiteindelijk zou Marcel 10 jaar lang aan de Mariniers verbonden blijven.

Hij haalde ondertussen ook alle militaire rijbewijzen en reed ook in de bijzondere rupsvoertuigen, die door de Mariniers gebruikt worden. Een aantal jaren later moest hij ook een bus rijbewijs halen. Hij werd in Curaçao gestationeerd, waar hij de manschappen per bus moest vervoeren.

De missie die Marcel het meest bijblijft is die in 1992 en 1993. Hij werd voor 1,5 jaar uitgezonden naar Cambodja. Daar werkte hij mee aan de UNtac vredesmissie. Marcel: “Wij waren de derde lichting Nederlanders die uit verschillende delen van de Krijgsmacht kwamen. Het waren Mariniers, Marine, Luchtmacht en Marechaussee. In totaal zo’n 800 man. In andere gebieden waren militairen uit verschillende andere landen actief.”

Gezamenlijk probeerden de vredestroepen het door oorlog verscheurde land weer een beetje op orde te krijgen. Cambodja had toen jaren geleden onder het schrikbewind van Pol Pot. Marcel daarover: “Wij waren er aan het eind van de gruwelijke periode en moesten veel landmijnen opruimen, wapens van de verschillende strijdgroepen innemen en proberen dat het weer leefbaar werd. Toen onze missie klaar was, hebben we al onze spullen weer ingepakt. Die zijn via Thailand naar Nederland verscheept.”

De Mariniers waren ondergebracht bij een Bataljons Staf, een terrein waar alleen tenten stonden. De nodige materialen waren centraal opgeslagen en er was zelfs een compleet ziekenhuis.

Marcel zorgde voor het transport: “Met mijn tientonner verzorgde ik de bevoorrading en ondersteuning van alle buitenposten, die her en der in het land gestationeerd waren. Wij sliepen in onderkomens, altijd onder klamboe netten. Het waren eigenlijk groene tenten, die op houten verhogingen gezet waren. Het ongedierte, wat daaronder kroop, kon daardoor niet bij ons komen. Gelukkig hebben we bij deze missie geen echt vervelende toestanden meegemaakt.”

Marcel kwam weer terug in de Rotterdamse Van Ghent Kazerne en kreeg in Keizersveer die extra opleiding om op een bus in Curaçao te mogen rijden. Hij ging in 1994 naar het eiland en is daar 1,5 jaar geweest. De Mariniers waren daar actief om drugstransporten te onderscheppen en er was een grote oproer in de lokale gevangenis tijdens zijn dienst.

In 1995 ging hij naar het 13e mortier peloton (morpel). Marcel: “We schoten met diverse formaten granaten. Ik had bij dat onderdeel echt alle functies. Met dit peloton oefenden we werkelijk overal in de wereld.” Helaas kon hij wegens een blessure niet mee naar Noorwegen.

Marcel ging weer terug naar Curaçao, waar hij trouwens zijn huidige vrouw ontmoette. De laatste jaren bij de Mariniers was Marcel werkzaam op Vliegkamp Valkenburg, waar hij met een tankwagen alle militaire vliegtuigen van de benodigde brandstoffen voorzag.

In 2002 is Marcel zelf bij het Korps Mariniers gestopt en kreeg eervol ontslag. “Terug in het burgerbestaan ben ik de vrachtwagen trouw gebleven en heb ik jarenlang internationaal en nationaal gereden,” zegt Marcel. “Helaas kwam daar een einde aan, omdat ik volledig afgekeurd werd.”
Scroll to Top