Naam: Jan Schuurman
Geboortedatum: 02-03-1961
Rang: Korporaal 1e klasse
Landmacht
Lichting: 78-5
Regiment: Garde Grenadiers
Locaties: Arnhem
Missies: Libanon
Onderscheidingen: VN-medaille, Nederlandse Herinneringsmedaille,
Draaginsigne Nobelprijs.
Na de middelbare school tekende Jan voor 5 jaar als Technisch Specialist bij de Landmacht. Hij kwam op in Appingedam, maar ging voor zijn rijopleidingen naar Grave. Op de Piroc in Veldhoven leerde hij ook op een tank rijden. Daarnaast kreeg hij een basisopleiding voor Hospik. Al waren dat eigenlijk niet meer dan een aantal levensreddende handelingen. Hij werd daarna in de Saksen Weimarkazerne in Arnhem gelegerd.
Het avontuur lonkte wel, dus ging hij vrijwillig deelnemen aan de VN-vredesmissie in Zuid-Libanon. “Je bent jong en je wilt wat!” Zegt Jan en het extra gevarengeld van 1.000 dollar per maand was eigenlijk niet eens een extra motivatie. Dus moest hij eerst naar Assen voor een basisopleiding, die alle Libanon gangers moest volgen.
Met het vliegtuig naar het Midden-Oosten en Jan werd gestationeerd in een kampement vlak bij de plaats Sidi Qin, dat lag in het binnenland. “We waren de laatste post voor het gebied, waar soldaten uit de Fiji eilanden gestationeerd waren: “We hadden eigenlijk nauwelijks contact met die soldaten en onze patrouilles gingen nooit verder dan de grens met dat gebied.”
De Nederlanders waren de 2e lichting, die daar in een aantal prefab gebouwen gehuisvest werden. Er stond aan de overkant van de weg een verlaten gebouw, waarvan de bewoners gevlucht waren. Daarin konden de militairen douchen en koken. Jan daarover: “We waren er met en man of twintig. De eerste drie hadden warm water uit een watertank op het dak. De rest moest het met koud water doen. Daarom stelden we een rooster op, zodat iedereen wel eens een warme douche had. Maar ik vind nu koud douchen nog steeds niet erg, als je eraan gewend bent geraakt.”
Jan was chauffeur van een YP 408 waarop een TOW-antitank wapen gemonteerd was. Als er inde buurt onrust was, werd hij opgeroepen om naar de plek des onheils te rijden. Daarnaast gebruikte hij de witte YP ook voor patrouilles.
“Met de lokale bevolking konden we goed opschieten en het Israëlische leger hebben we eigenlijk nooit gezien. Met de PLO (Palestijnen) konden we redelijk overweg.” Geeft Jan aan. “Een voortdurende bron van onrust waren wel de vele kleine splintergroeperingen in het gebied, die elkaar steeds in de weg zaten. Die krijgsheren wilden eigenlijk steeds over de gebieden van een ander heersen.”
Er was een roadblock, waarbij de gewapende passanten hun wapens moesten inleveren. Dat deden zij vaak lachend, omdat ze wisten dat ze een paar dagen later met het reçuutje in de stad Harris hun wapens weer terug konden halen. “Het was één keer erg luguber,” zegt Jan. “We hadden doorgekregen dat er begrafenisstoet onze kant opkwam. Er zouden ergens wapens verstopt zijn. Inderdaad vonden wij onder de overledene wapens, die we in beslag namen.”
De Nederlandse soldaten hadden ook boven op een heuvel een uitkijkpost ingericht, waardoor zij een goed overzicht over het hele gebied hadden. Die post werd ‘s nachts altijd door vier man bemand. Overdag was deze post vaak leeg. Aan het eind van de dag moesten er steeds weer vier man naar boven.
De bevolking kon vaak spulletjes aan de soldaten verkopen. Er was in een nederzetting beneden een winkeltje waar drank en sigaretten verkocht werden. Eén keer in de week kwam de Mercedes van Sammy aanrijden, hij parkeerde de auto naast de winkel en opende de kofferbak. Daarin lag allerlei elektronica en andere luxegoederen. Je kon zelfs bij Sammy dingen bestellen, die hij dan bij een volgende rit bij zich had.
Na zes maanden vloog Jan weer terug naar Nederland. Hij landde op Schiphol, kreeg een medaille en dat was het. De Nazorg liet veel te wensen over. Na zijn verlof ging hij weer terug naar de kazerne in Arnhem. Daar was hij eigenlijk boventallig geworden, maar hij kreeg een baantje bij de afdeling personeelszaken.
Na 5 jaar dienst zwaaide hij af en hij kon aan zijn grote droom beginnen: vrachtwagenchauffeur worden! Maar eerst een poosje op een lijnbus in Gelderland en daarna op de vrachtwagen. Hij reed jarenlang internationaal door heel Europa bij diverse bazen en de laatste jaren nationaal bij een transportbedrijf in Oostvoorne.