Naam: Hans van Leeuwen
Geboortedatum: 12-05-1958
Rang of functie: Korporaal 2
Landmacht: lichting 78-4
Eenheid: 42e BEVO en aanvullingsdetachement
Locaties: Nunspeet en Zuidlaren
Missies: Libanon
Onderscheidingen: Missie/Veteranen speld /Nobelprijs Vrede
Hans van Leeuwen begon zijn dienstplicht met de opleiding tot chauffeur in Tilburg. Hij had al een gewoon BE rijbewijs. Na zijn militaire rijexamen ging hij op een DAF YA314 rijden en kwam bij de 42e BEVO in Nunspeet terecht. Hij draaide er met diverse andere legereenheden grote oefeningen, zo ook samen met het 42e herstelcompagnie een grote oefening in Duitsland.
Terug in de kazerne werd het hem op een gegeven moment wel duidelijk gemaakt, dat hij verplicht naar de VN-missie in Libanon zou moeten. Wij dachten: “Het gaat wel over. Niet dus! We werden verplicht aangewezen om met de 42e Painfbat als een Aanvullings Detachement naar Zuid-Libanon te gaan.” Voordat hij echt ging, werd hij samen met de Genie opgeleid om water te zuiveren. Dat was trouwens wel in de zware winter van 1978, waar het in Nederland heel erg koud was. Een paar maanden later zat hij in de verzengende hitte.
De voertuigen, die naar Libanon gingen, moesten wel eerst van legergroen naar VN-wit gespoten worden. Tientallen voertuigen gingen op transport naar de haven van Rotterdam en werden daar verscheept naar Haifa. “Het was allemaal niet het allernieuwste materieel wat meeging,” herinnert Hans zich. ”Er zaten veel oude voertuigen, maar gelukkig waren er ook een paar nieuwe koelwagens tussen. Wij vlogen naar Beiroet en daarna met een bus naar Israël. De voertuigen werden in de haven van Haifa gelost. Met een moeizaam transport gingen we naar Al-Yatun, een basis in de buurt van het plaatsje Harris. Kwartiermakers hadden de plek al min of meer in orde gebracht, maar wij moesten zelf ook nog aardig wat doen.”
Hij kreeg een waterwagen toegewezen waarmee hij tot augustus ‘79 In Zuid-Libanon dagelijks heeft rondgereden. Hans daarover: “Op de laadbak stonden 3 tanks, waar in totaal 3.000 liter water getankt kon worden. Dat moest ik trouwens in vijandig Palestijns gebied doen. Dagelijks reed ik naar deze plek en hing de grote slang van boven af in de tanks. Zo werden zij gevuld. Ik deed er ook altijd een afgemeten hoeveelheid chloor bij, zodat het water geschikt was om te koken en te douchen.”
In totaal waren er 8 waterwagens in Libanon dagelijks bezig om alle posten van (redelijk) schoon water te voorzien. Op die locaties werd het water opgeslagen in jerrycans of een in grote tank boven op het toiletgebouw. Bij het lossen had hij wel altijd hulp van andere militairen nodig. Een anekdote: “Ik kon niet alleen de slang in de tank op het dak vasthouden en tegelijk de knoppen op de vrachtwagen bedienen. Eenmaal weigerde een sergeant om een hulpje het dak van sanitair gebouw op te sturen. Dus had ik het erg moeilijk om het water in de tank te krijgen. Daarom heb ik er ook maar een flinke hoeveelheid chloor bijgedaan. Het douche water stonk dus heel erg naar zwembad. Iedere keer als ik er later weer kwam, stond er zeker iemand klaar!”
Dat water tanken ook wel eens risicovol kan zijn, bleek op een gegeven moment. Hans merkte plotseling, dat de kogels wekelijk over zijn hoofd vlogen. De bevolking in de buurt van de basis was de Nederlanders echter wel goed gezind. Beneden de heuvel was een lokaal gezin, die een wasserette hadden. “Wij ontdekten deze wasserette en vroegen of zij ook voor de militairen wilden wassen,” zegt Hans met een brede glimlach. “Het betekende wel, dat zij dagelijks er de was van meer dan 100 militairen bij kregen!”
Terug in Nederland en vlak voor zijn afzwaaien werd Hans nog wel gevraagd om bij te tekenen. Dat heeft hij niet gedaan, maar moest natuurlijk wel op herhaling in Ossendrecht. Het dagelijks rijden met vrachtwagens was hem zo goed bevallen, dat hij na zijn diensttijd vrij snel de opleiding tot internationaal vrachtwagenchauffeur ging volgen. “Ik heb daarna voor diverse Nederlandse bazen in grote vrachtwagens, geladen met bulkgoederen, door heel Europa gereden. Ik ging het liefst naar Denemarken. Met die bevolking kon ik het heel goed vinden”, vertelt hij. Hans mag ook heel trots zijn op het feit, dat hij gedurende 45 jaar vele kilometers geheel schadevrij gereden heeft.