Naam: Hennie Verveer
Geboortedatum: 02-07-1961
Rang: Korporaal
Landmacht: lichting 79.2
Eenheid: Stoottroepen en 44e pantserinfanteriebataljon
Locaties: Ermelo en Assen
Missies: Libanon, september ‘80 tot april ‘81
Onderscheidingen:
                              VN-medaille,
                              Nederlandse Herinneringsmedaille VN met gesp Libanon,
                              Draaginsigne Nobelprijs.
 
Hennie is vrijwillig naar Libanon gegaan. Hij had thuis geen werk en vond de dienstplicht prachtig. Op zijn 18e ging hij daarom vervroegd in dienst. Hij kwam op bij de Stoottroepen in Ermelo, daar werd hij korporaal. Toen hij in de kazerne informatie over Libanon kreeg, wilde hij eigenlijk wel direct gaan. Daarom werd hij overgeplaatst naar Assen, waar hij midden in een opleiding voor de vredesmissie terecht kwam. Met een halve opleiding kon hij toch mee naar zuid-Libanon.  
 
In Libanon kwam hij op een post in de omgeving van het dorp Atalfa. Boven op een heuvel was de uitkijkpost (Alfa) van de eenheid en langs de weg waren twee beveiligde posten (Bravo en Charlie) ingericht, waar de Nederlanders het voorbijkomende verkeer in de gaten hielden. In de directe omgeving waren ook diverse roadblocks van de rivaliserende en soms elkaar bestrijdende milities en belangengroepen. Daardoor waren er vaak incidenten, waarbij ook de wapens gebruikt werden. Hennie: “Bijna alle strijders, waarmee we regelmatig te maken kregen, spraken min of meer Engels. Maar als iets ze niet beviel, dan was het al snel: ik niet begrijp!”
 
De positie van de Nederlandse eenheid was aan een doorgaande weg van de kust naar het binnenland. Aan de overkant van de weg stond een hotel, waar de manschappen konden slapen. “Nou ja; hotel! Dat is een beetje overdreven!” zegt hij glimlachend. “Het was een groot, wit gebouw, waar helemaal geen deuren en ramen in zaten. Hier en daar stak het betonijzer er nog uit. Dan was het gebouw volgens de Libanese wet nog niet klaar en hoefde er dus ook geen belasting betaald te worden. Veel gebouwen zijn nog steeds in diezelfde staat.” In het kamp stond ook een bunker. Toen op een gegeven moment de verveling toesloeg, hebben de soldaten met vereende krachten deze bunker een stuk verplaatst. Hennie een beetje glunderend: “Maar ja, na een poosje hebben we de bunker toch maar weer terug gezet op de originele plek!”
 
De contacten met de lokale bevolking waren best goed. De dankbaarheid was groot, omdat er, door de aanwezigheid van de vredesmacht, een gevoel van veiligheid heerste. Hennie: “Je kon ze gerust om een boodschap sturen, een pakje sigaretten bijvoorbeeld en dat werd snel geregeld. Ook de gastvrijheid bij de bevolking was groot. Je kon er altijd een kopje thee krijgen en mee-eten was geen probleem. Hoewel wij daar toch altijd een beetje gevoel van schaamte over hadden. Het weinige wat ze aan voedsel hadden, wilden ze nog met je delen.”
 
In 2011 is Hennie samen met zij vrouw teruggegaan, vooral om te bekijken hoe de situatie zich er na zoveel jaren ontwikkeld was. De wegen waren best wat verbeterd, er lag asfalt. Maar de andere omstandigheden waren eigenlijk helemaal niet beter. Hennie daarover: “Dat we zijn teruggegaan gaf voor onszelf wel een positief gevoel. Ook omdat je zag, dat de vele verschillende bevolkingsgroepen nu wel naast elkaar kunnen leven, soms zelfs in dezelfde straat. Hoewel veel mensen er gewoon dagelijks met een wapen in de aanslag lopen.”
 
Na de 6 maanden in Libanon kwam Hennie terug op Schiphol. Met: “Daar werd ik zelfs niet eens opgehaald! Wel kreeg ik een mediale en mijn plunjebaal werd pas twee weken later thuisbezorgd. Van nazorg was er toen geen enkele sprake, al kunnen we nu wel bij het Veteranen Instituut terecht.” Besluit Hennie Verveer zijn verhaal.

Scroll to Top